Kaart

Kaart

zaterdag 22 april 2017

Terug rijden


Na 5 weken Nederland met veel geregel en gezellige ontmoetingen, zijn we een weekje terug in Kilangala. Het was goed hier terug te komen. We voelen ons erg welkom en kregen thuis bezoek van alle personeel van de kleuterschool en de landbouw tegelijkertijd.

Natuurlijk meteen een rondje langs de velden gemaakt. Er was wat hagelschade in de mais en bonen en wat zonnebloemen hadden windschade. Hier en daar was er erg veel onkruid want het regent nog steeds een beetje en het onkruid gedijt goed. Maar, alles staat er goed bij, mais en tarwe doen het prima. We hopen de oogst van vorig jaar te overtreffen. Het is hier op de missie wel een drukte van belang want er zijn 5 bezoekers uit Nederland om het 50 jarig jubileum te vieren en ter gelegenheid daarvan een film te maken.
 
Ik wil in deze blog graag vertellen hoe we ons autootje in Kilangala gekregen hebben. Voor we hier kwamen dachten we een tweedehands auto in Sumbawanga te kunnen kopen, maar dat bleek moeilijk, want er was nauwelijks aanbod. Het leek ons niet zo aantrekkelijk om in Dar es Salaam een auto te kopen. Dat is 1200 km van hier en in Nederland koop je ook niet snel een auto in Barcelona. We besloten dus een Japans autootje te laten importeren via een handelaar in Sumbawanga. Totale kosten $ 2.750 voor de auto en $ 3.000 voor inklaren en belasting. Het overmaken van het geld ging met enige probleempjes gepaard, maar het lukte en de auto zou 2 april in Dar aankomen. Het inklaren duurde een paar dagen en alles zou klaar zijn bij onze aankomst op 10 april. Alles was inderdaad geregeld, alleen de nummerplaten bleken niet bij de papieren te passen. Na wat heen en weer bellen werd de telefoon niet meer opgenomen, waardoor we wel wat zenuwachtig werden, omdat veel mensen ons gruwelverhalen over het inklaren van auto’s in Dar hadden verteld, variërend van weken wachten tot helemaal niet aankomen van de auto. Uiteindelijk bleek alles rond een uur of 5 ’s middags klaar en konden we de auto ophalen midden in de stad. Dat was een uitdaging op zich. Dar es Salaam is een grote stad met 4,3 miljoen inwoners, er wordt aan de wegen gewerkt, maar ieder spitsuur is een compleet verkeersinfarct. Langzaam rijden en tijden stilstaan; er zijn mensen die hun brood verdienen door langs de stilstaande auto’s snacks en snuisterijen te verkopen. We deden alles bij elkaar 1,5 uur over 10 km en moesten toen nog terug. Als je in zo’n file staat realiseer je je wel wat die verkeerschaos een enorm negatieve economische factor is.

Het plan was te volgende dag vroeg te vertrekken. Ik wilde nog even alles na kijken en ruitenwisservloeistof bijvullen en zo, maar ik kon nergens de handel voor de motorkap vinden. Toen ik vóór bij de bumper een stangetje zag, dacht ik de handel gevonden te hebben en ik trok met een ferme ruk een slang van de airco stuk. Dat kan in Kilangala niet makkelijk gemaakt dus eerst maar in Dar proberen. Met hulp van de chauffeur van het hotel is dat ook in een morgen gelukt en konden we rond de middag vertrekken. De eerste nacht sliepen we in een wat verlopen hotel in Morogoro, niet ver van het Teachers Training Centre waar ik in 1971 mijn eerste Swahili leerde. Die school zag er fantastisch uit en we mochten een paar foto’s maken. Leuk om te zien dat zo’n belangrijk instituut blijkbaar prima functioneert.

De volgende dag verder en zo’n 400 km gereden. De weg was erg slecht; over minstens 200 km was de oude weg iedere 100 meter opgebroken om duikers en bruggetjes aan te leggen. Dat was al jaren zo, want de (Europese) wegenbouwmaatschappij had zijn focus verlegd naar Uganda werd ons verteld. Moeilijk rijden. Nog een nacht slapen om de volgende dag de laatste 600 km naar huis te doen. Je  voelt dan wel aan den lijve hoe groot een land als Tanzania is.

Maar nu staat de Suzuki Jimny achter ons huis en het geeft ons een enorm gevoel van vrijheid zelfstandig te kunnen gaan en staan waar we willen en vooral in het weekend ook wat meer van het land te kunnen ontdekken.
 

zaterdag 4 maart 2017

Even terug




Volgende week vliegen we voor een korte onderbreking van ons verblijf in Tanzania terug naar Nederland. Het is eigenlijk door een samenloop van omstandigheden. Een belangrijke reden is dat we een ticket voor de terugweg hebben geldig op 8 maart. Om een retourtje Dar es Salaam te boeken is goedkoper dan een enkele reis te nemen, bijzonder vreemd. Een andere reden is dat het heel onduidelijk is hoe het met de aanvraag voor onze verblijfsvergunning staat. We zijn binnengekomen op een toeristen visum en dat is drie maanden geldig. We moeten dus toch even het land uit en er zijn nog wel meer redenen om even naar Nederland te gaan. We hebben al een hele lijst van spulletjes die we mee terug willen brengen. Het is bijvoorbeeld erg onhandig om voor ieder printje naar Sumbawanga te moeten. We gaan dus een klein printertje kopen.


Hoewel we alle medewerking die je je kan wensen hebben gehad en steeds een auto hebben kunnen lenen, lijkt het ons toch heel handig eigen vervoer te hebben, vooral ook in de weekenden. We dachten hier in de buurt even een tweedehands autootje te kopen, maar dat viel tegen. Weinig aanbod. We hebben nu een deal met een handelaar die auto’s importeert. We hebben een tweedehands Suzuki Jimny uitgezocht op internet en besteld in Japan. Die wordt nu verscheept naar Dar es Salaam. Als alles goed gaat komt hij daar begin april aan en kunnen we terug rijden, dwars door Tanzania naar de provincie Rukwa, zo’n 1200 km. Zo’n klein autootje kost ongeveer U$ 3.000 maar met vervoer en belasting komt het totaal bedrag op ongeveer het dubbele. Laten we hopen dat het lukt, want er kan natuurlijk veel verkeerd gaan bij zoiets.

We hebben wel zin in een tijdje Nederland, want na een paar maanden hier merk je wel dat er buiten het werk niet veel contacten zijn en het beperkte internet en telefoon verkeer helpt natuurlijk ook niet echt in de communicatie. We denken ook dat het heel nuttig is om in Nederland even goed terug te koppelen met de achterwacht.

Wat het werk betreft moet het lukken: we hebben bijna alles geplant en gezaaid, er is gewied en kunstmest gegeven er is nu bijna 16 hectare bewerkt: mais, waarvan een deel lokaal gekocht zaad, wat zonnebloemen en verschillende soorten bonen. Iets waar het SOLKO landbouwteam best trots op kan zijn, want het is niet vanzelfsprekend dat alles goed gaat.
De boomplantdag afgelopen week was daar een voorbeeld van. Zo’n 40 vrijwilligers zou meedoen, studenten van de ambachtschool van de missie, verpleegsters, enz. Er stonden 700 Eucalyptus boompjes klaar, het land was geploegd, maar nog niet geëgd en daarom veel te ongelijk om te planten. Dat probleem kon door allerlei communicatieproblemen niet zo maar worden opgelost en daarom beperkten de vrijwilligers zich maar tot het herstellen van de afscheiding, die hier bestaat uit agave (sisalplanten) met zeer scherpe bladeinden. Dat houdt de koeien wel uit het veld. Wel jammer, want er was thee met mandazi (een soort oliebol) geregeld en nu moet er natuurlijk voor het planten van de boompjes een andere oplossing worden gezocht.


Dat communicatie hier het zaken doen behoorlijk kan frustreren blijkt ook uit wat er gister gebeurde. We zouden met mijn counterpart Pastory in Sumbawanga wat laatste inkopen doen. Hij moest geld halen om voor het wieden te betalen en we zouden ook een pomp ophalen. Ongelukkigerwijs was de vader van Pastory, die al 73 jaar is, erg oud voor hier, opgenomen in het ziekenhuis. We zetten hem dus daar af en gingen zelf onze inkopen doen en eten. Op de afgesproken tijd kwam Pastory niet opdagen. Zijn telefoon werkt niet want de accu is stuk, hij zou ook een nieuwe kopen. We konden hem dus niet bereiken en bij navraag in het ziekenhuis werden we niet wijzer. Uiteindelijk na 1,5 uur zoeken en wachten maar besloten terug te gaan zonder hem. Vanmorgen bleek dat zijn vader in een ander ziekenhuis lag en dat hij geen passende batterij voor zijn telefoon had kunnen vinden. Een goede communicatie kan dus heel wat frustratie en problemen voorkomen. We hebben nu Pastory een oude telefoon van ons te leen gegeven en hopen in Nederland ook voor dit probleem een oplossing te vinden.

zondag 19 februari 2017

Terug in de tijd


Het heeft me altijd verbaasd dat er zoveel in de geschiedenis van Afrika is dat ik niet weet en daarom wil ik in deze blog aandacht besteden aan wat we op dat gebied hier tot nu tegen kwamen.

Rukwa, de provincie waar Kilangala in ligt, is lang een achtergebleven uithoek in het zuiden van Tanzania geweest. Het lijkt erop dat de aanleg van een asfaltweg van Tunduma via Sumbawanga naar Mpanda een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van Rukwa kan leveren. De weg is nu ongeveer tot Chala klaar. De weg wordt aangelegd door een Chinees bedrijf, met Amerikaans geld. Dat de weg werkelijk de ontwikkeling stimuleert is merkbaar. Er wordt langs de weg elektriciteit aangelegd, de telefoonverbindingen verbeteren en natuurlijk is het personen- en vrachtverkeer een stuk makkelijker geworden.
Onze buren, de Chinese steengroeve en compound.


Er is al eerder veel geld in de ontwikkeling van Rukwa gestopt. Van 1978 tot 1996, 18 jaar lang dus, heeft NORAD een regionaal ontwikkelingsproject in de regio gehad. RUDEP  heette dat, het Rukwa Integrated Development Programme. Een totaal van ongeveer US$ 70 miljoen is er ingepompt zoals dat in die tijd ging. Er kwamen flink wat ontwikkelingswerkers. In Sumbawanga was zelfs een zo grote Noorse gemeenschap dat er een speciale compound was met een Noorse lagere school. Het project was actief op het gebied van watervoorziening, sanitair, landbouw, bosbouw, wegenbouw e.d.

Natuurlijk heeft een project als dit positieven effecten, maar de afronding en overdracht bracht, helemaal in de tijdgeest, wel wat problemen mee. In het evaluatierapport staat: “NORAD’s exit from RUDEP was traumatic and poorly planned by both sides.”

Sommige links met het verleden komen ook uit onverwachte hoek. Felice hoorde dat sommige kinderen op de kleuterschool thuis Kikuyu spreken. Kikuyu? Komen die niet uit Kenya? Bij navraag bleek dat tijdens de Mau-Mau periode, (de gewelddadige onafhankelijkheidsstrijd in Kenya van ±1950-1963), de Engelse koloniale overheid de deelnemers aan een opstand in 1952 als straf naar een afgelegen gebied deporteerde, in dit geval Rukwa dus. Een aantal Kikuyu is hier sinds die tijd gebleven. Als minder gehoorzame ambtenaar kon je, in die tijd, ook voor straf naar Rukwa overgeplaatst worden.
 Kasanga begin 20ste eeuw

Een nog oudere link met het verleden ontdekten we toen we een weekendje aan de zuidpunt van het Tanganyikameer waren. Bij het plaatsje Kasanga, waar ook een asfaltweg naartoe wordt aangelegd, zijn de resten te vinden van Fort Bismark, een verdedigingswerk van de Duitsers die in de Eerste Wereld Oorlog Tanganyika koloniseerden. Kasanga heette toen Bismarckburg. Fort Bismarck is een ouderwetse natuurstenen vesting, waarvan je je afvraagt hoeveel inspanning het van de lokale mensen en Duitsers wel niet gekost moet hebben op die te bouwen in zo’n van God verlaten uithoek van Afrika. Wel een strategische plek natuurlijk op de grens tussen Zambia, Tanganyika en Kongo.
Nog een verhaaltje om deze stap terug in de tijd mee af te sluiten. In september 1914 speelde zich een opmerkelijke episode in de Oost Afrikaanse Campagne van de Eerste Wereld oorlog af in Kasanga. Een klein groepje Duitse soldaten, uit Fort Bismarck, had Mbala (in die tijd Abercorn geheten) in British Northern Rhodesia, zoals Zambia toen heette, aangevallen. Er was een vloot van 4 Britse schepen op het Tanganyikameer om de oprukkende Britse troepen te ondersteunen. Toen de bevelhebber van die vloot ontdekte dat het dorpje Bismarkburg werd verdedigd door een fort, besloten ze niet aan te vallen en zich terug te trekken. Dit gaf de Duitsers de gelegenheid zich in dows, kleine zeilbootjes, uit de voeten te maken. Drie dagen later nam het Britse leger Fort Bismarck in, om daar te ontdekken dat de kanonnen van het fort alleen maar houten dummy’s waren. Uiteindelijk heeft dat natuurlijk niet kunnen verhinderen dat Tanganyika in Engelse handen viel. Ik stel me wel eens voor hoe het leven in die tijd was. Moet erg moeilijk zijn geweest als je je indenkt hoe de omstandigheden daar waren zonder onze moderne transport- en communicatie middelen.

zondag 5 februari 2017

De kleuterschool in Kilangala


Sinds 2008 is er hier in Kilangala een kleuterschool, opgezet en gefinancierd door de Nederlandse stichting ProtanZ. Er werden 4 mensen aangetrokken die anderhalf jaar een speciale training voor pre school teachers gingen volgen in Morogoro in noord Tanzania. Er werd een gebouw neergezet met 4 lokalen en een kantoortje  en de opleiding en de salarissen werden betaald door ProtanZ. Daarnaast  werd in de loop der jaren een primary school  gebouwd, elk jaar één lokaal erbij. In 2015 waren er 4 lokalen en een kantoor klaar en inmiddels wordt de laatste hand gelegd aan nog 5 lokalen en de laatste woningen voor de leerkrachten. De bouw is betaald door ProtanZ. De hele primary school  is inmiddels overgedragen aan de Tanzaniaanse overheid.

In 2015 is afgesproken dat ook de kleuterschool overgedragen zou worden vanaf januari 2016. In juni 2016 kregen de leerkrachten van de kleuterschool te horen dat zij geen salaris konden krijgen, omdat ze niet als leerkracht erkend worden, want ze hebben geen middelbare- school diploma.  Na een half jaar zonder salaris  te hebben gewerkt zijn ze gestopt met lesgeven. Sinds er een nieuwe regering is, zijn de wetten aangescherpt voor het opleidingsniveau van de leerkrachten. Volgens mij een goede zet om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Inmiddels is ProtanZ bereid voorlopig de salarissen weer te betalen en de bedoeling is de 4 leerkrachten hun middelbare school diploma alsnog te laten halen. Er is een middelbare school hier vlakbij en daar is nu overleg mee. Er komt een hoop bij kijken: inschrijfgeld, lesmateriaal, apart  les ’s middags door docenten van de middelbare school. De motivatie van de leerkrachten is nog het belangrijkst.

De kleuterschool is sinds 9 januari weer open en ik ben er sindsdien elke dag wel geweest om te helpen met het weer bruikbaar maken van de lokalen, materialen uitzoeken, schoonmaken, sorteren etc. Ook Agnes helpt goed mee: zij is kookster en manusje van alles op de kleuterschool; een soort conciërge. Ze kan geen woord Engels, dus leer ik van haar Ki Swahili woordjes. Het was nogal een rotzooitje. Het blijkt dat één leerkracht van de primary school  de kleuters (60 ongeveer) heeft opgevangen in haar eentje, toen de pre-school leerkrachten gestopt waren.  Eén lokaal stond barstensvol met tafels en stoelen en het materiaal  lag overal en onder het stof. Inmiddels is al het materiaal gesorteerd, schoongemaakt en enkele puzzels zijn weer compleet. Alles staat nu prachtig tentoongesteld in het kantoor.  Wat is er zoal: Mooie puzzels van o.a. Afrika, Tanzania en een van Canada, helaas meer geschikt voor oudere kinderen. Maar er is ook genoeg wel geschikt voor kleuters: veel duplo en soortgelijk nog groter plastic bouwmateriaal, vormpjes, memoryspelletjes, plastic cijfers en letters, schuurletters, etc. Dit materiaal is afkomstig uit Canada en Nederland, maar de leerkrachten hebben tijdens hun opleiding in Morogoro ook veel zelfgemaakt: triplex puzzels voor verschillende vormen, groottes, kleuren en ook een dominospel.


De kleuters zijn er elke morgen van 9 tot 11 uur. Het zijn er nu 72 en verdeeld over 4 leeftijdsgroepen.  De tafels staan in elke klas in rijen en het eerste uur wordt besteed aan het schrijven van een letter (b.v. de a voor de oudsten) of een  cijfer (de 1 voor de kleintjes) met krijt op een lei. Eerst maakt elk kind er één op het bord (allemaal netjes ná elkaar), dan op een lei (elk kind heeft er een op zijn tafel). Kinderen die het goed kunnen, krijgen daarna een schrift en met een potlood schrijven ze een bladzijde vol. De rest blijft oefenen op de lei. Het tweede uur spelen ze meestal buiten, tenzij het regent. De bedoeling is dat ze dan ook maïspap krijgen, maar de ouders moeten zelf voor maïs zorgen en dat is nu nog niet geregeld.

Al met al ziet de school er weer goed uit en komen er nog elke dag kinderen bij. Gisteren regende het pijpenstelen, dus konden de kleuters niet naar huis. I.p.v. om 11 uur gingen ze pas rond 1 uur naar huis. De kleuters zitten dan gewoon rustig op hun stoeltjes te wachten en zachtjes te praten. Uiteindelijk  is er een leerkracht die liedjes gaat zingen met zijn groep, een verhaal vertelt en later ook met memorykaartjes aan de gang gaat. Heel leuk om te zien. Ik zat ondertussen stapels oude  gebruikte schriften (soms nog uit 2008!) te sorteren. In half volle schriften worden de gebruikte bladzijden aan elkaar geniet, daarna wordt het oefenschrift. Soms zijn er alleen losse vellen over, dat worden kladblaadjes. Ik blijk toch echt wat met oud papier te hebben, zelfs in Afrika!

Er is voor mij genoeg te doen. Adviseren over materiaal-inzet en -gebruik, het liefst elke dag in elke groep. Volgens mij is er erg weinig van gebruikt. Ik denk dat ik eerst met de leerkrachten alle spelletjes langs ga om te horen of ze al iets gebruikt hebben en wat ze ervan vinden.

zaterdag 21 januari 2017

Aan het werk


De regen was laat dit jaar en het begon te regenen eigenlijk gelijk met onze aankomst. Er waren al zaaizaden en we konden dus meteen beginnen. Al voor onze komst was er geprobeerd de grote MF trekker die hier is te repareren. De hydraulische pomp en de bedrading waren stuk. Dit is een dure reparatie en er moest extra geld voor uit Nederland komen. Er werd een nieuwe pomp besteld in Arusha, maar die bleek niet te passen, waarschijnlijk omdat het niet een origineel onderdeel, maar een goedkopere reproductie uit India was. Die pomp moest dus terug en uiteindelijk moet er een nieuwe hydraulische pomp uit Nairobi komen. We zijn nu bijna zes weken verder en de trekker staat nog steeds stil in de schuur. Het is nog niet duidelijk wanneer hij klaar is. Ik heb al heel wat keren: ‘Volgende week!’ gehoord. Je kunt je afvragen of je onder deze omstandigheden (slechte telefoon en internet verbinding, ver van een grote stad, e.d.) je wel echt afhankelijk van mechanisatie moet maken.

Gelukkig waren er dus al zaden en er was al een flink stuk geploegd en geëgd en met handkracht van vrijwilligers konden we dus de mais zaaien. De gekochte zaden zijn hybriden, goed maar duur. Door het gebruik van deze hybride zaden worden boeren steeds afhankelijker van gepatenteerde zaden van grote zaadbedrijven. Er is in Tanzania zelfs een wet die de verkoop van lokale zaden, dus die boeren zelf oogsten, verbiedt. Wij hebben de laatste 5 acre ingezaaid met zaden die we wel lokaal gekocht hebben, met het plan om daar goede zaden uit te selecteren en die volgend jaar te gebruiken. Als de opbrengst goed is natuurlijk. Het zaad dat we kochten was nogal ongelijk en niet erg schoon, maar de opkomst is uitstekend en voor volgend jaar kunnen we dus zelf hieruit goede zaden selecteren. Er zijn ook zonnebloemzaden gekocht om te zien of we die productie weer leven moeten blazen. We hebben die nog niet kunnen zaaien omdat we daarvoor afhankelijk zijn van het lenen van een trekker en ploeg of van het inhuren van ossen om te ploegen, wat hier nog veel gebeurt. Voor het zaaien van bonen hebben we nog een paar weken de tijd, dat kan later.


De mais kwam goed op maar op enkele stukken werden de zaailingen erg aangetast door aardrupsen. Die worden hier ‘cutworm’ genoemd, wat mij betreft een toepasselijke naam. We hebben lang gedubd of we moesten spuiten en uiteindelijk de meest aangetaste stukken gespoten. Iedereen heeft last en er is niet veel tegen te doen. Ik denk dat het ook te maken heeft met het late zaaien en met het feit dat de grond niet erg schoon was voor het zaaien. De vinder legt eitjes tussen het gras geloof ik.


Na het wieden, ook met de hand, hebben we in twee dagen kunstmest gegeven. Een hele klus waar tussen de 20 en 45 vrijwilligers aan mee hielpen. Allemaal mensen die op de missie werken. Missie werkers, verpleegsters, leerlingen van de vakopleiding, leerkrachten van de kleuterschool. Er wordt flink doorgewerkt samen en aan het einde is er thee met mandazi (Afrikaanse oliebol zonder krenten) of een bord rijst met bonensaus. We hopen dat we ook voor de tweede kunstmestgift een beroep op ze kunnen doen. We moeten die kunstmest nog wel eerst kopen. Er is goedkope, gesubsidieerde kunstmest in het dorp te krijgen, maar niet in grotere hoeveelheden. Er moet dus iemand met wat geld gaan zitten bij de plek waar de kunstmest verkocht wordt en steeds andere kopers vragen een extra zak voor ons aan te schaffen. Dat kost veel tijd.
.

Het is ook het plan om de groenteteelt wat uit te breiden. Er waren al wortelen en kool en nu hebben we ook wat paprika, uien en komkommer gezaaid. Felice helpt ’s middags vaak met het wieden in de groente tuin ook om aan het half uur matig intensief bewegen van Prof Scherder te komen..

dinsdag 10 januari 2017

Settling in.




Na een week of drie hier in Kilangala zijn we aardig op weg om de grootste problemen wat huisvesting betreft de baas te worden. Sinds 1 januari hebben we stroom. Er kwam een hele ploeg arbeiders uit Sumbawanga om de lijn van vier nieuwe palen aan te leggen. De stopcontacten en schakelaars binnen werden door een elektricien van hier aangelegd. De eerste dag viel het wel na een uur weer uit, maar nu hebben we al een paar dagen licht. De meter is nog niet helemaal in orde. We hebben een meter waar je pre-paid stroom afneemt. Je steekt het meterkastje in het stopcontact en met een 20 cijferige code kun je dan een aantal uren stroom bijkopen. Wat er precies verkeerd is weet ik niet, maar het werkt niet. In Malawi had ik ook zo’n kastje en kon je je gebruik en het resterend tegoed aflezen. Ons kastje komt niet verder dan de tekst ‘Sleep’ en ‘P-cut’. We zijn benieuwd hoe lang het duurt voor we geen stroom meer geleverd krijgen. We gaan pas volgende week weer naar Sumbawanga om het uit te zoeken.


Toen we zeker waren dat de stroom het deed hebben we de volgende dag in Sumbawanga een koelkast gekocht. Nog een hele discussie in de winkel of die wel een beetje schuin vervoerd mocht worden. Als hij niet rechtop meeging verviel de garantie. Dat risico hebben we genomen. Thuis namen we met de Landcruiser het kleine bruggetje naar ons huis en dat begaf het onder het gewicht van de auto met koelkast en 5 inzittenden. Gelukkig is er nog een omweg naar de grotere weg. We kunnen nog wel te voet over het bruggetje. De koelkast deed het na 24 uur rust uitstekend en dat is toch wel een hele vooruitgang. We kunnen nu wat brood en vlees invriezen, restjes bewaren, melk goed houden en af en toe een lekker koud pilsje drinken.


In Sumbawanga beginnen we ook de weg te kennen. We weten waar je snoeren en lampen kunt kopen, waar Tanesco, de elektriciteit leverancier zit, waar de drankwinkel is en in welke winkel je yoghurt en soms kaas kunt kopen. Op de markt isvoldoende groente en fruit te koop, al is het aanbod niet zo groot als in Malawi. We hebben ook nog geen afdruiprek en bestekbak kunnen vinden, maar we kunnen nog wel even zonder.

Het werk is goed begonnen, de eerste mais die we voor de kerst gezaaid hebben is mooi gekiemd. Het weer zit mee, we moeten al snel aan het wieden. Er is nu 23 acre (± 9 ha) mais gezaaid. Met de hand, want er is een olie-pomp stuk van de MF trekker en die moest uit Arusha komen. Het eerste onderdeel dat in Sumbawanga aankwam paste niet dus moest terug om geruild te worden (meer dan 1.300 km).Er moeten ook nog bonen en zonnebloemen gezaaid, maar daarvoor moet de tractor wel in orde  zijn om te kunnen eggen. Er was ook al een stuk groente, kool en wortels. We willen ook wat paprika, komkommer, pompoen en okra proberen.

Gister hebben we ook een trip naar Namanyere gemaakt. Dat is de district hoofdplaats zo’n 60 km verderop naar het noorden. 40 km daarvan is nog niet geasfalteerd, maar men is druk bezig met een nieuwe weg. Moses moest met de afdeling onderwijs praten over de kleuterschool (pre-primary) en wij werden o.a. ook voorgesteld aan de District Agricultural Officer, een nuttig contact en ik kon meteen een balletje opgooien over een boomkwekerijtje in Kilangala voor het boomplanten op ongebruikte of steile stukken en over agroforestry soorten. Daar hoor je nog wel meer van.

vrijdag 30 december 2016

Kerst in Kilangala




Een heel rustige tweede kerstdag is een mooie gelegenheid om even op te schrijven hoe het ons gaat. Het kan nog wel even duren voor we de kans krijgen de blog op de site te krijgen want onze internet verbinding is behelpen. Daarvoor moeten we naar het internetcafé in Sumbawanga (35 km).

We zijn nu een dag of tien hier. Aangekomen na een goede reis via Dar es Salaam en Mbeya. Van Mbeya zijn we 15 december opgehaald en in een dag rijden naar Kilangala gebracht. We zijn ondergebracht in een huis, ooit gebouwd door een Nederlander die hier in het scholenbouw project werkte. Het huis was netjes schoongemaakt, een beetje opgeknapt, geschilderd en er hingen nieuwe gordijnen. Het huis is wel een tijd niet bewoond en dat is te merken. Er moet het een en ander opgeknapt en passend gemaakt. We hebben al twee keer lekkage gehad en deuren en ramen moeten geopend en gesmeerd. Het is wel lastig dat we nog geen stroom hebben. De missiepost is aangesloten, maar ons huisje is overgeslagen. Dat moet dus achteraf geregeld. De palen liggen er, er is betaald, maar krijg de mannen maar eens hier. Gelukkig mogen we het solar systeem van Moses, de missie manager, gebruiken omdat zijn huis wel al stroom heeft. We kunnen dus alle laptops, telefoons en modems opladen, maar een koelkast hebben we nog niet en dat is toch wel erg onhandig. Vooral wat vlees en dergelijke betreft.

Zoals gezegd is internet ook niet ideaal. We hebben een modem en een SIM kaart met een bundel, maar het blijft behelpen. DE GSM mast staat ver weg en er is alleen een 2G verbinding beschikbaar. Inloggen duurt een eeuwigheid en dan komt er af een toe een WhatsApp of Facebook berichtje binnen. De laptop gaat helemaal niet. De eerste keer ging mijn computer alle bestanden in het geheugen naar OneDrive uploaden zodat ik in een mum van tijd door de internet tikken heen was.











Net als in Malawi wordt er hier veel gepraat over de klimaat verandering. Het weer is anders als vroeger, zegt men en het heeft inderdaad nog maar weinig geregend. Overdag is het zo’n 25 graden. Er waren wel wat buitjes ’s nachts,dus afgelopen dinsdag maar direct met zaaien begonnen. De ervaringen met de grote zaaimachine die hier staat waren slecht met het mais zaaien. We hebben dus voor het trekken van voortjes gekozen. Zaaien met de hand en met de voet dicht maken. Een heel werk maar voor de kerst was er meer dan 12,5 acre (± 5 ha) klaar. Gister zag ik de eerste kiempjes. Na de kerst zo snel mogelijk verder met mais en bonen zaaien en hopen op wat meer regen.


Voor ons eten zijn we grotendeels afhankelijk van Sumbawanga. In het dorp in de buurt, Kipande, hebben ze alleen wat lokale groente, bier en beltegoed. In Sumbawanga zijn wat kleine supermarktjes waar wel veel te krijgen is, misschien wel meer dan in de supermarkt Shoprite in Zomba. Er is zelfs yoghurt en kaas te koop. Het is wel allemaal heel dorps. Het Islamitische supermarktje waar wij terecht kwamen had niet eens een kassa of rekenmachine. Alles werd ingepakt en tegelijkertijd opgeteld. Als achterdochtige Nederlanders hebben we de tweede keer natuurlijk goed bijgehouden wat de kosten waren en het klopte heel aardig. Brood is wel een punt, ook niet makkelijk vers te houden zonder koeling of diepvries. Gelukkig bakt Jenny, de vrouw van Moses zelf brood en heeft ze al een paar keer een lekker brood voor ons gebakken.
We voelen ons nog wel afhankelijk omdat we om boodschappen te doen een auto van de missie moeten lenen, maar we hopen snel een autootje voor onszelf op de kop te kunnen tikken.