Kaart

Kaart

zaterdag 21 januari 2017

Aan het werk


De regen was laat dit jaar en het begon te regenen eigenlijk gelijk met onze aankomst. Er waren al zaaizaden en we konden dus meteen beginnen. Al voor onze komst was er geprobeerd de grote MF trekker die hier is te repareren. De hydraulische pomp en de bedrading waren stuk. Dit is een dure reparatie en er moest extra geld voor uit Nederland komen. Er werd een nieuwe pomp besteld in Arusha, maar die bleek niet te passen, waarschijnlijk omdat het niet een origineel onderdeel, maar een goedkopere reproductie uit India was. Die pomp moest dus terug en uiteindelijk moet er een nieuwe hydraulische pomp uit Nairobi komen. We zijn nu bijna zes weken verder en de trekker staat nog steeds stil in de schuur. Het is nog niet duidelijk wanneer hij klaar is. Ik heb al heel wat keren: ‘Volgende week!’ gehoord. Je kunt je afvragen of je onder deze omstandigheden (slechte telefoon en internet verbinding, ver van een grote stad, e.d.) je wel echt afhankelijk van mechanisatie moet maken.

Gelukkig waren er dus al zaden en er was al een flink stuk geploegd en ge√ęgd en met handkracht van vrijwilligers konden we dus de mais zaaien. De gekochte zaden zijn hybriden, goed maar duur. Door het gebruik van deze hybride zaden worden boeren steeds afhankelijker van gepatenteerde zaden van grote zaadbedrijven. Er is in Tanzania zelfs een wet die de verkoop van lokale zaden, dus die boeren zelf oogsten, verbiedt. Wij hebben de laatste 5 acre ingezaaid met zaden die we wel lokaal gekocht hebben, met het plan om daar goede zaden uit te selecteren en die volgend jaar te gebruiken. Als de opbrengst goed is natuurlijk. Het zaad dat we kochten was nogal ongelijk en niet erg schoon, maar de opkomst is uitstekend en voor volgend jaar kunnen we dus zelf hieruit goede zaden selecteren. Er zijn ook zonnebloemzaden gekocht om te zien of we die productie weer leven moeten blazen. We hebben die nog niet kunnen zaaien omdat we daarvoor afhankelijk zijn van het lenen van een trekker en ploeg of van het inhuren van ossen om te ploegen, wat hier nog veel gebeurt. Voor het zaaien van bonen hebben we nog een paar weken de tijd, dat kan later.


De mais kwam goed op maar op enkele stukken werden de zaailingen erg aangetast door aardrupsen. Die worden hier ‘cutworm’ genoemd, wat mij betreft een toepasselijke naam. We hebben lang gedubd of we moesten spuiten en uiteindelijk de meest aangetaste stukken gespoten. Iedereen heeft last en er is niet veel tegen te doen. Ik denk dat het ook te maken heeft met het late zaaien en met het feit dat de grond niet erg schoon was voor het zaaien. De vinder legt eitjes tussen het gras geloof ik.


Na het wieden, ook met de hand, hebben we in twee dagen kunstmest gegeven. Een hele klus waar tussen de 20 en 45 vrijwilligers aan mee hielpen. Allemaal mensen die op de missie werken. Missie werkers, verpleegsters, leerlingen van de vakopleiding, leerkrachten van de kleuterschool. Er wordt flink doorgewerkt samen en aan het einde is er thee met mandazi (Afrikaanse oliebol zonder krenten) of een bord rijst met bonensaus. We hopen dat we ook voor de tweede kunstmestgift een beroep op ze kunnen doen. We moeten die kunstmest nog wel eerst kopen. Er is goedkope, gesubsidieerde kunstmest in het dorp te krijgen, maar niet in grotere hoeveelheden. Er moet dus iemand met wat geld gaan zitten bij de plek waar de kunstmest verkocht wordt en steeds andere kopers vragen een extra zak voor ons aan te schaffen. Dat kost veel tijd.
.

Het is ook het plan om de groenteteelt wat uit te breiden. Er waren al wortelen en kool en nu hebben we ook wat paprika, uien en komkommer gezaaid. Felice helpt ’s middags vaak met het wieden in de groente tuin ook om aan het half uur matig intensief bewegen van Prof Scherder te komen..

dinsdag 10 januari 2017

Settling in.




Na een week of drie hier in Kilangala zijn we aardig op weg om de grootste problemen wat huisvesting betreft de baas te worden. Sinds 1 januari hebben we stroom. Er kwam een hele ploeg arbeiders uit Sumbawanga om de lijn van vier nieuwe palen aan te leggen. De stopcontacten en schakelaars binnen werden door een elektricien van hier aangelegd. De eerste dag viel het wel na een uur weer uit, maar nu hebben we al een paar dagen licht. De meter is nog niet helemaal in orde. We hebben een meter waar je pre-paid stroom afneemt. Je steekt het meterkastje in het stopcontact en met een 20 cijferige code kun je dan een aantal uren stroom bijkopen. Wat er precies verkeerd is weet ik niet, maar het werkt niet. In Malawi had ik ook zo’n kastje en kon je je gebruik en het resterend tegoed aflezen. Ons kastje komt niet verder dan de tekst ‘Sleep’ en ‘P-cut’. We zijn benieuwd hoe lang het duurt voor we geen stroom meer geleverd krijgen. We gaan pas volgende week weer naar Sumbawanga om het uit te zoeken.


Toen we zeker waren dat de stroom het deed hebben we de volgende dag in Sumbawanga een koelkast gekocht. Nog een hele discussie in de winkel of die wel een beetje schuin vervoerd mocht worden. Als hij niet rechtop meeging verviel de garantie. Dat risico hebben we genomen. Thuis namen we met de Landcruiser het kleine bruggetje naar ons huis en dat begaf het onder het gewicht van de auto met koelkast en 5 inzittenden. Gelukkig is er nog een omweg naar de grotere weg. We kunnen nog wel te voet over het bruggetje. De koelkast deed het na 24 uur rust uitstekend en dat is toch wel een hele vooruitgang. We kunnen nu wat brood en vlees invriezen, restjes bewaren, melk goed houden en af en toe een lekker koud pilsje drinken.


In Sumbawanga beginnen we ook de weg te kennen. We weten waar je snoeren en lampen kunt kopen, waar Tanesco, de elektriciteit leverancier zit, waar de drankwinkel is en in welke winkel je yoghurt en soms kaas kunt kopen. Op de markt isvoldoende groente en fruit te koop, al is het aanbod niet zo groot als in Malawi. We hebben ook nog geen afdruiprek en bestekbak kunnen vinden, maar we kunnen nog wel even zonder.

Het werk is goed begonnen, de eerste mais die we voor de kerst gezaaid hebben is mooi gekiemd. Het weer zit mee, we moeten al snel aan het wieden. Er is nu 23 acre (± 9 ha) mais gezaaid. Met de hand, want er is een olie-pomp stuk van de MF trekker en die moest uit Arusha komen. Het eerste onderdeel dat in Sumbawanga aankwam paste niet dus moest terug om geruild te worden (meer dan 1.300 km).Er moeten ook nog bonen en zonnebloemen gezaaid, maar daarvoor moet de tractor wel in orde  zijn om te kunnen eggen. Er was ook al een stuk groente, kool en wortels. We willen ook wat paprika, komkommer, pompoen en okra proberen.

Gister hebben we ook een trip naar Namanyere gemaakt. Dat is de district hoofdplaats zo’n 60 km verderop naar het noorden. 40 km daarvan is nog niet geasfalteerd, maar men is druk bezig met een nieuwe weg. Moses moest met de afdeling onderwijs praten over de kleuterschool (pre-primary) en wij werden o.a. ook voorgesteld aan de District Agricultural Officer, een nuttig contact en ik kon meteen een balletje opgooien over een boomkwekerijtje in Kilangala voor het boomplanten op ongebruikte of steile stukken en over agroforestry soorten. Daar hoor je nog wel meer van.